De verdraagzame ideoloog ontwaakt.

Ik kijk een beetje triest naar mijn scherm. De facebook berichten laten het ongeloof blijken. Een filmpje van een gemaskerde hacker die belooft wraak te nemen voor een aanslag is duizenden keren geliked. Er staan plaatjes, filmpjes en berichten over de verschrikkelijke aanslag op Charlie Hebdo. Vroeger zou ik alle berichten hebben gelezen, alle filmpjes hebben bekeken en alle plaatjes hebben geliked. Ik zou mijn stem op social media laten horen, om te laten zien dat ook ik een mening heb over de gebeurtenis. Ik zou conclusies hebben getrokken en me met een sarcastische stem hebben uitgelaten over bepaalde bevolkingsgroepen. Maar dat doe ik nu niet meer. Ik lees één pers bericht en klap dan mijn computer dicht.

De reden voor deze media ontwijking? Het niet meer op de hoogte willen zijn? Teleurstelling. Ik ben door de jaren heen teleurgesteld door academici, journalisten, politici, maar ook door vrienden. Als ik ergens namelijk allergisch voor ben, dan is het bekrompenheid. Helaas is dat een veelvoorkomend fenomeen op het internet. Ik ben geen heilige, maar heb door de jaren geleerd dat inleveren in anderen je zoveel kan opleveren. Tegelijkertijd kan ik me niet inleven in bepaalde groepen en dat frustreert. Ik kan niet snappen dat je anderen mensen het leven ontneemt voor jouw ideologie of religie. Ik kan niet snappen dat je alle mensen van een bepaalde groep door gebeurtenissen maar over één kant scheert. Wat ik wél kan is begrijpen dat mensen beïnvloed worden door hun omgeving, door hun achtergrond. Er hoeft maar één herder te zijn met extreem gedachtegoed en de schapen zullen volgen. Ik begrijp dat verdriet aanzet tot wraak, ook al is het vaak niet zo bevredigend als van te voren gedacht. Ik begrijp dat de meeste mensen meer pijn in hun leven hebben meegemaakt dan ik ooit zal voelen. En om mijn frustratie compleet te maken, ik begrijp waarom academici, journalisten, politici en sommige vrienden mij teleur stellen.

Ben ik nu een ja-knikker? Misschien. Ben ik zo geboren? Absoluut niet. Kleine Kaylee werd geboren als ideoloog. Mij werd geleerd dat een verschil maken begint bij jezelf. Dat als jij maar wilt, dat je het zal bereiken. Dat resulteerde in het feit dat ik iedere zomer weer op pad ging met mijn WNF boekje, om een bedreigde diersoort te redden. Dat ik gilde als mijn vriendjes letterlijk zout op slakken gooiden. Ik op jonge leeftijd al vond dat iedereen moest recyclen. Ik was een dierenvriend en geloofde dat de wereld zoveel mooier werd als we allemaal lief waren voor de natuur.

Het antwoord van mijn omgeving op de meeste van mijn overenthousiaste praktijken was dat ik toch ook vlees at? Wie werden daarvoor gedood dacht ik? Ja, misschien een beetje gemeen om te zeggen tegen een achtjarige, maar in mijn ogen hadden ze gelijk. Ik zou laten zien wie er zou winnen; ik werd vegetariër. Het verhaal werd helemaal mooi toen een ouder op school mij vroeg waarom ik dan (mijn mooie nieuwe) leren laarzen droeg? Dat was toch ook zielig voor de diertjes? Buiten het feit dat dit duidelijk maakt dat sommige mensen niet geschikt zijn voor kinderen (WORDT DAN OOK GEEN OPPASMOEDER!), vond ik dat ze gelijk had. Mijn lievelingslaarzen gingen in de hoek en hoe hoog of laag mijn ouders ook sprongen, toen de sneeuw de grond raakte liep ik op mijn Allstars. En dat bleef ik ook doen de rest van de winter.

Lange tijd wist ik waar ik voor stond, maar door de jaren heen vervaagden mijn grenzen. Ik wist eigenlijk niet zo goed meer waar ik voor stond. Mag je wel bont dragen als je ergens woont waar het heel koud is? Of een dier laten optreden als dat jouw brood op de plank betekent? Er is nooit één kant van het verhaal. Ik kan me nog goed herinneren dat ik keek naar een of ander animal rescue programma en er een stuk of veertig dieren uit een schuur werden gered. Vermagerd, ondervoed, uitgedroogd, ziek en mishandeld. De tranen stonden in mijn ogen. En toen ik zag dat de eigenaar eigenlijk geen berouw toonde, kenmerkte ik mijn missie als zinloos. Kleinschalig. Hoe kon ik zo hard mijn best doen, maar geen verschil zien? Hoe kon dit gebeuren? Het was de gedachtegang van amper een tiener, maar het eerste scheurtje in “verandering begint bij jezelf” was gemaakt.

Die tiener is niet meer, dat is lang geleden. Maar confronterend nieuws uit de media over aanslagen en terrorisme geven precies hetzelfde gevoel als zoveel jaren geleden. Het gevoel dat het verschil maken voor een individu niet meer mogelijk is. Hoe kan een individu, hoe kan ik, ervoor zorgen dat zoiets niet gebeurd? Hoe kan ik accepteren dat mensen over het internet haat zaaien, discriminatie oproepen en elkaar vermoorden? Ik kan het niet. Ik weiger. Maar ik weiger nog het meest om alle belachelijke commentaren te lezen, waarin bijvoorbeeld wordt opgeroepen om de families van de daders (van de Charlie Hebdo aanslag) te vermoorden. Ik snap dat je iemand anders het gemis wilt aandoen wat je zelf lijdt, maar zien mensen niet dat dat niet de oplossing is? Het is eerder de oorzaak.

Dus nu predik ik een nieuwe ideologie, namelijk die van verdraagzaamheid. Ik sta niet links, ik sta niet rechts. Ik sta voor respect voor andermans vrijheid van meningsuiting, ook voor die in mijn ogen belachelijke commentaren. En als we niet met z’n allen samen kunnen spelen, zullen we elkaar dan gewoon met rust laten? Maar zullen we nooit, maar dan ook nooit, iemands leven nemen en dat rechtvaardigen op grond van religie of vergelding?

Ik lees nu de “blije sectie” van de krant. Met nieuws waar je alleen maar vrolijk van kan worden. Baby tijger geboren, kinderen gered uit put, vrouw met downsyndroom laat iedere week een plakplaatje “zetten” bij tattoo shop. En ik glimlach als ik het lees. Ik ben hongerig naar goed nieuws, nieuws dat me even doet vergeten dat de wereld zichzelf aan het vernietigen is. En dan lees ik over jonge meisjes die oproepen tot vrede. Die educatie mogelijk maken voor vrouwen in derde wereld landen. Die ontroerende speeches houden voor gerenommeerde hoge hoeden en strakke pakken. Ik lees over meisjes en jonge vrouwen die het verschil maken. De ideoloog in mij schrikt wakker, het is nog niet te laat. Misschien is teleurstelling juist iets wat je moet overkomen, waar je moet bewijzen dat anderen ongelijk hebben. Misschien durf ik morgen wel weer de voorpagina van de krant te lezen. Als het helemaal gek wordt zal ik zelfs iemand vragen wat hij of zij ervan vindt. Ik sla mijn computer open en doe dat wat ik niet meer zou doen; ik verkondig mijn verdraagzame mening op social media. Wat ben ik toch ook een hypocriet.

Advertenties